Duikbril
Duikbrillen zijn er te kust en te keur, maar wat je bij de duikshop vindt is meestal goed te gebruiken. Toch moet je je bril met zorg kiezen – in de speelgoedwinkel moet je dus zeker niet zijn. Niets is erger dan een bril die niet past of een die steeds weer vol water loopt! Pas op voor gimmicks: ingebouwde waterloosventielen zijn meestal niet erg zinvol, ruitjes aan de zijkant ook niet en gebogen ruitjes geven onder water een hinderlijk vertekend beeld.

Let op: je duikbril moet perfect aansluiten! Hoe kun je dit controleren? Druk de bril tegen je gezicht en adem zachtjes door je neus in. De bril moet nu, ook zonder de hoofdband, goed op zijn plaats blijven zitten. Stel de band niet te strak af en trek hem over je hoofd. Voel of de bril comfortabel zit. Adem weer in en luister of je misschien lucht hoort sissen. Is het stil en kun je de bril zo iets naar binnen zuigen, dan is de pasvorm goed. Helaas, een snor kan wel eens erg lastig zijn!

TIP: Veel brillen kunnen direct door de duikshop van eenvoudige optische correctieglazen (min) worden voorzien. Voor moeilijkere correcties zoals plus, cilinder, multifocaal of een zogenaamd ‘leesbrilletje’, neem een kijkje op www.proteye.nl.

 Vinnen
Net als je duikbril dienen ook je vinnen met zorg gekozen worden. Verkeerde vinnen kunnen je kramp bezorgen of je zó ver op achterstand zetten dat je niet met de anderen mee kunt komen. Dat is geen van beide leuk! Zeker in het buitenwater, bij stroming en wind, kun je je geen verkeerde vinnen veroorloven.

Hoe weet je of je goede vinnen in handen hebt? Het blad mag in de lengte best stevig zijn, zelfs een beetje stijf, maar in de breedte moet het flexibel zijn. Opzij van de voet en verder naar voren hoort daarom aan beide zijden een stevigerand te zitten. Hoe verder naar voren, hoe verder het blad door moet kunnen buigen. Gelukkig zijn er genoeg vinnen die aan dit signalement voldoen, maar je hebt de beste kans om die te vinden bij een gespecialiseerde duikshop. Daar hebben ze ook genoeg keuze om een perfect passend paar te vinden. Let op: het schoentje moet goed passen, maar mag beslist niet te strak zitten. Liever iets te ruim dan te krap!

Sommige fabrikanten proberen het rendement van hun vinnen te vergroten door rubber strips in het blad te verwerken. Als die strips door en door gaan, maken ze het blad nóg flexibeler in de breedte, zodat het tijdens het zwemmen hol komt te staan. En dat heeft écht effect! Probeer bij aankoop dus altijd even of je het blad makkelijk overdwars kunt buigen. Hoe minder kracht je daarvoor nodig hebt, hoe efficiënter de vin is.

Afraders

  • Vinnen met scharnierende bladen; daar zit een hele filosofie achter. Veel fabrikanten beweren dat ze héél licht zwemmen, maar op het moment dat je écht kracht moet zetten blijken ze nét te veel door te buigen en verliezen ze al hun effectiviteit. Niet doen dus!
  • Vinnen met een spleet over de lengte, dat ziet er ook heel spannend uit. Er zijn fanatieke voorstanders die van niets anders willen weten. Ze zwemmen héél licht, als je een flutterende slag toepast, zo zegt men. Dat is echter niet erg efficiënt en zéker niet bij de opleiding. Niet doen.
  • Met hun frisse kleurtjes en indrukwekkende poorten zien de vinnen die je in de sportshop of de speelgoedwinkel kunt vinden er vaak heel mooi uit. Ze zijn meestal echter véél te slap en waardeloos voor een duikopleiding. Die gaten dienen bovendien nergens voor, dus ook niet doen!
  • Ook heel mooi zijn extra lange vinnen – maar alleen voor wie sterk genoeg is en er een wedstrijd mee moet zwemmen. Dit is niks voor de gewone duiker, die krijgt er alleen maar kramp van. Niet doen.

 Snorkel
Een snorkel kiezen lijkt héél eenvoudig. Het is echter belangrijk om te weten is dat er geen ping-pong balletjes of klepjes aan de bovenkant mogen zitten, zoals bij de eerste snorkel op de afbeelding hiernaast te zien is. Een goede snorkel is van boven gewoon open en omdat dit uitrustingsstuk van nature krom is, spreken we van het ‘Open J-type’. Moderne snorkels zijn wat dikker dan ouderwetse; dat scheelt in de ademweerstand.

Hoe eenvoudig een snorkel ook mag zijn, als je een goede zoekt kun je beter meteen naar een gespecialiseerde duikshop gaan. In andere winkels vind je meestal namelijk niet veel meer dan goedbedoelde speledingetjes, die volstrekt ongeschikt zijn voor een serieuze training. Een duikshop daarentegen heeft keuze genoeg en als je even voorbij alle harmonicaslangen en loosventielen kijkt, zul je zien dat er meer dan genoeg verschillen in de pasvorm van het mondstuk zijn om er een serieuze studie van te maken. Happen en proberen!

Goed om te weten:

  • Een flexibele buis is niet beter dan een stijve, maar wel wat duurder.
  • Ook een waterloosventiel drijft de prijs op, maar zo’n ding heeft wel degelijk nut. Je werkt het water er veel makkelijker mee weg om te snorkelen zonder te slobberen.
  • Aan iedere snorkel zit wel iets waarmee je ‘m aan het bandje van je duikbril vast kunt maken. Tijdens je opleiding zul je je snorkel echter veel liever tussen je hoofdband steken, zodat je hem snel los kunt maken als dat voor een oefening nodig is.
  • Tenslotte zijn er ook nog snorkels met een zogenaamde ‘splash cap’; een kapje dat ongewenst water moet weren als je in de golven zwemt. Erg effectief zijn die dingen niet, maar zolang er geen beweegbare delen in zitten kan het niet zo heel veel kwaad.


Toelichting bij de afbeelding:

1. Snorkel met ping-pong balletje. Gevaarlijk speelgoed, niet kopen!
2. Klassieke open J-snorkel. Let op: ouderwets, oncomfortabel mondstuk.
3 en 4. Moderne snorkels met comfortabel siliconen mondstuk zonder verdere extra’s.
5 en 6. Moderne snorkels met waterloosventiel.
7. Zeer luxe snorkel met waterloosventiel, flexibele buis, bandhouder met klikverstelling en ‘splash cap’: een beetje veel van het goede allemaal!

 Loodgordel – lood
Een loodgordel is zo’n ding waar je je écht geen buil aan kunt vallen. Bij de duikshop kun je misschien nog kiezen uit verschillende kleuren band -allemaal goed- maar veel keus in gespen zal er niet zijn.

Gordel 1
De haakgesp is een prima systeem, dat je maar één keer op de juiste lengte af hoeft te stellen. Loodblokken toevoegen of verwijderen is echter een hele klus. Je zult dit soort riemen hoogstwaarschijnlijk nergens meer vinden, omdat iedereen is overgestapt op de gemakkelijke klemgesp van gordels 2 en 3.

Gordel 2 en 3
Het voordeel van een simpele en uniforme gesp die iedereen blindelings los kan maken spreekt voor zich. Een blok eraan of eraf gaat ook makkelijker dan bij gordel 1, en omdat je de riem niet hoeft te verstellen kun je ‘m zowel in het zwembad als buiten over je pak gebruiken. De gesp is gemaakt van kunststof (2) of van roestvast staal (3).

Gordel 4
Gordel 4 is speciaal gemaakt voor zogenaamd soft-lood. Dat draagt bijzonder comfortabel, maar is wel een stuk duurder dan de harde blokken die iedereen gebruikt. Bijna niemand gebruikt zo’n gordel voor de training in het zwembad, hoewel dat toch heel wat beter voor de tegeltjes zou zijn!


Lood is er in drie vormen: kaal, geplastificeerd en in de vorm van hagelkorrels. Die korrels zitten keurig verpakt in zakjes, die véél minder hard aanvoelen dan ‘gewoon lood’. Je raadt het al: dat noemen ze ‘soft-lood’. Kaal, ongeplastificeerd lood is niet erg mooi en ook niet goed voor het milieu. Als je er vaak mee traint, slaat het al snel grauw uit. Dat heb je natuurlijk niet bij geplastificeerd lood. Soft-lood is wat duurder, maar véél comfortabeler. Loodblokken zet je het beste stevig vast op je gordel met zogenaamde lood-stoppertjes van kleurig plastic of roestvast staal.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter
  • Youtube